Column Zakelijk Leeuwarden: Consumentenbescherming bij de aankoop van een occasion

consumentenbescherming bij de verkoop van een occasion

Als advocaat sta ik geregeld autobedrijven en kopers van (exclusieve) auto’s bij. De geschillen hebben vaak betrekking op de aankoop van een auto waar vervolgens iets mis mee blijkt te zijn. Met name bij een tweedehands auto is het altijd afwachten wat je koopt. Niet voor niets wordt de tweedehands automarkt in economisch jargon ook wel een “market for lemons” genoemd. Met lemon wordt dan gedoeld op een slechte auto. Niemand zit erop te wachten zo’n “lemon” te kopen, maar autohandelaren zitten er evenmin op te wachten een lemon in hun bedrijfsvoorraad te hebben. Wat is dan de positie van de partijen als er een auto wordt verkocht waar iets mis mee is?

Het antwoord op die vraag is afhankelijk van de aard van de koper. Als iemand een auto als privépersoon koopt, dus als “consument”, zijn diens rechten veel sterker dan wanneer dat niet zo is. Bij de aankoop van een tweedehands auto heeft de consument namelijk consumentenbescherming. De situatie doet zich geregeld voor dat een autohandelaar helemaal niet bekend is met deze consumentenbescherming en uit het niets geconfronteerd wordt met een consument die pretendeert allerlei rechten te hebben.

Consumenten worden in de Europese Unie namelijk enorm beschermd. Daar heeft met name de Europese wetgever veel aan bijgedragen. De achterliggende gedachte is daarbij dat een goede bescherming van consumenten het vertrouwen in het handelsverkeer doet toenemen en consumenten dus eerder bereid zijn geld uit te geven. Dat is in het belang van onze economie en dus uiteindelijk in het belang van ons allemaal. Door ondernemers wordt deze consumentenbescherming als belastend ervaren.

Door op de verkoopfactuur te schrijven dat de auto wordt gekocht “zoals gezien en gereden” wordt deze bescherming niet beperkt. Wanneer de professionele verkoper dus een auto verkoopt zonder garantie, kan de koper soms toch aanspraak maken op herstel of schadevergoeding in geval van gebreken. Dit komt dus door de consumentenbescherming die dus niet alleen geboden wordt bij de aankoop van een nieuwe vaatwasser bij de Mediamarkt, maar ook bij de aankoop van een tweedehands auto bij een lokale autohandelaar. In juridisch jargon spreken wij over “wettelijke garantie”.

In het kort komt die wettelijke garantie erop neer dat een koper er in beginsel altijd vanuit mag gaan dat de gekochte auto op een normale en veilige wijze als auto gebruikt kan worden. Wanneer een gebrek zich binnen zes maanden na aankoop voordoet, wordt volgens de wet vermoed dat het gebrek ten tijde van de koop aanwezig was. De koper staat dan met 1-0 voor en de verkoper zal moeten aantonen dat het gebrek pas na levering is ontstaan.

Als de motor na een dag rijden kapot gaat of de remmen het begeven, zal de koper daarna in de meeste gevallen bij de verkoper aan kunnen kloppen. Dit is als uitgangspunt alleen anders wanneer u als verkoper de koper al eerder op deze gebreken hebt gewezen. Het gaat hier om een minimale bescherming. De verwachtingen die een koper mag hebben worden verder bepaald door de prijs van de auto, het merk en type auto, het bedrijf waar de auto wordt gekocht en de mededelingen van de verkoper. Zo mag iemand die een oude Volkswagen Golf uit 1990 met meer dan 3 ton op de teller koopt bij de lokale dorpsgarage minder verwachtingen hebben van zijn nieuwe aanwinst,  dan iemand die een in nieuwstaat verkerende Golf van slechts een paar jaar oud met bijna geen kilometers op de teller koopt bij de dealer. Welke bescherming een consument in een specifiek geval heeft, is dus afhankelijk van alle omstandigheden die bij de koop spelen.

Een verkoper doet er verstandig aan rekening te houden met deze consumentenbescherming bij de verkoop van tweedehands auto’s. Een consument kan er ook voordeel van hebben, wanneer hij zich bewust is van zijn positie en zijn rechten. Wanneer het bekend is dat een auto een bepaald mankement heeft, doet de verkoper er goed aan dat aan de koper te melden. Het is dan ook aan te raden om dit bij een koop uitdrukkelijk en dus schriftelijk vast te leggen. Koper en verkoper weten dan immers waar zij aan toe zijn. Let wel, een algemene bepaling, zoals de veel geziene tekst  “zoals gezien en gereden”, is daarvoor onvoldoende. Het specifieke gebrek moet vermeld worden, zodat de consument weet waar hij of zij aan toe is. Als het dan nodig is,  kan de verkoper bewijzen dat hij of zij de koper voldoende heeft geïnformeerd en de koper kan daar dan later niet op terug komen.

Het voorgaande geldt voor iemand die een auto koopt als consument. Is de koper echter een bedrijf, dan ligt het weer heel anders. Dan geldt er geen dwingendrechtelijke bescherming en zijn de koper en verkoper vrij om te bepalen dat de auto wordt verkocht “as is” en eventuele gebreken dus door de koper worden aanvaard. Ook wanneer die pas later aan het licht komen. In dat geval heeft een koper dus beduidend minder bescherming.

Hierbij dus een korte uitleg over de rechten en verplichting bij de aankoop van een auto en dan met name als later blijkt dat er iets met de auto aan de hand is. Omdat de consument in Nederland wettelijke garantie heeft, is diens positie redelijk safe als hij een auto koopt. Voor autohandelaren is het dan dus juist noodzaak om goed te onderzoeken of er geen grote gebreken aan de auto kleven. Anders moeten zij later op de spreekwoordelijke blaren zitten. Bij bedrijfsmatige kopers ligt dat anders. Als zij een auto “as is” kopen, zijn later geconstateerde gebreken als uitgangspunt voor hun risico. Mocht u een auto willen kopen of zelf actief zijn in de autohandel, dan hoop ik dat u iets met deze informatie kan. Doe er uw voordeel mee!