In de media: Friesch Dagblad

unieke rechtszitting via videoverbinding nu rechtbanken gesloten zijn in verband met coronacrisis

In verband met de coronacrisis ging het kort geding van afgelopen vrijdag per videoverbinding. Een unieke manier om een rechtszaak te voeren. Het Friesch Dagblad besteedde er aandacht aan in de krant van maandag 30 maart 2020. Lees hieronder het hele artikel:

De rechtbanken in Nederland hanteren een strenge selectie wat betreft de zaken die nog doorgang mogen vinden in deze coronatijden. Rechtszalen zijn in principe gesloten, net als veel andere voorzieningen, en dus moet het belang groot zijn. Waar het kan, worden rechtszaken opgeschoven in de tijd of schriftelijk afgedaan. Binnema merkte het direct: ,,De zittingen die ik gepland had staan zijn vorige week allemaal gecanceld.” De Leeuwarder advocaat is vooral actief in het civiele vastgoed- en ondernemingsrecht.

Het kort geding van deze vrijdag werd door de rechtbank Leeuwarden wel als urgent gezien. Een paar dagen van de tevoren kreeg Binnema door dat hij via een portal zou moeten inloggen en per videoverbinding de zaak zou moeten bepleiten. ,,Normaal denk je veel na over de zaak zelf, maar nu had ik toch wat zorgen over de techniek. Wij zijn een klein kantoor, dus zou ik dan software moeten aanschaffen? En wat als de verbinding wegvalt? Na een gesprek met de griffie, die ook toegaven dat ze nog moesten kijken hoe ze het precies zouden vormgeven, bleek dat ik er zelf niets voor hoefde te doen. Slechts inloggen.”

Rechtbank

Uiterlijk twee uur voor het begin moest de rechter de pleitnota van de advocaten binnen hebben. Dat mocht per e-mail. Bij rechtbanken is dat ook al vrij uitzonderlijk omdat er nog veel een beroep op de fax wordt gedaan, vanwege de betrouwbaarheid daarvan. Na wat haperingen en technische problemen bij de tegenpartij – die uiteindelijk alleen te horen was en niet te zien – startte de rechtszaak. ,,Het was een aparte gewaarwording. Je ziet de rechter zitten met de griffier ernaast, en zij zien mij, met op anderhalve meter naast me mijn cliënt”, vertelt Binnema. ,,Dat ik de wederpartij niet zag bij het pleiten, was ook niet gek. Die zie ik in de rechtszaal ook niet. Ik werd ook niet afgeleid door anderen dingen,en was gefocust op het scherm. Qua gevoel was het niet anders dan in de rechtbank zelf.”

We moeten in deze crisis blijven wie we zijn. Het idee achter de toga is: geen onderscheid

Misschien niet verplicht, maar alle partijen hadden ook hun toga aangetrokken. ,,Dat statement wilde ik ook wel maken: we moeten in deze coronacrisis blijven wie we zijn. Ik procedeer als advocaat, en het idee achter de toga is dat er geen onderscheid tussen de partijen te maken is. Ook de rechter en griffier waren in toga.”

Vastgoedzaak

Het kort geding betrof een executiegeschil. Binnema mag niet veel vertellen over de zaak, maar het ging in ieder geval om de ontruiming van een pand ergens in Fryslân. De partijen die tegenover elkaar stonden, waren twee professionele vastgoedpartijen, vertelt de advocaat.

,,De rechtbank heeft eerder bepaald dat mijn cliënt recht heeft om dit pand geleverd te krijgen van de wederpartij.” Zou dat niet gebeuren, dan zouden dwangsommen worden opgelegd. ,,De wederpartij heeft de rechtbank gevraagd om het mijn cliënt te verbieden om de eerdere uitspraak ten uitvoer te leggen. Dit met als doel te voorkomen dat hij alsnog het pand moet leveren.”

Zoals wel vaker bij een kort geding, schorste de rechter ook nu even om de partijen tot een oplossing te laten komen, zonder rechterlijke uitspraak. In de rechtbank gaan de advocaten met hun cliënten dan de gang op, en roepen de bode als ze eruit zijn of niet, om daarna de zaak weer te vervolgen bij de rechter. ,,We zijn nu ook even de gang op gegaan. Dat was in mijn kantoor, en deed ik samen met mijn cliënt. Normaliter treed je daarna dan weer de ‘arena’ binnen, zo voelt dat. Maar nu kwamen we de kamer weer binnen en zegt de rechter – nog steeds in beeld: ‘Ah, u bent er weer.’”

Als er overleg tussen de advocaten nodig is, zou dat telefonisch kunnen, oppert Binnema.

En hoe zit het met de openbaarheid van de rechtspraak? ,,Ik denk dat dat ook wel te realiseren is. Als journalisten ook de mogelijkheid krijgen om in te loggen op de portal, dan lijkt me dat prima. Of dat met tien journalisten tegelijk technisch kan, dat weet ik niet”, zegt Binnema. ,,Ik denk dat deze zaak vooral aantoont dat we ondanks het coronavirus en de bijbehorend maatregelen, rechtszaken wel door te kunnen gaan. Dit is een goede testcase geweest voor de rechtbank.” De uitspraak in deze zaak is uiterlijk 2 april.